
Ik ken de stad als mijn broekzak. Elke brug, elk steegje en elk park heb ik bewandeld. De bloemen geroken, bomen geknuffeld en bramen geplukt. Wandeling na wandeling heb ik gemaakt, door de stadsparken en langs de grachten, om de sleur van het thuiszitten te kunnen doorbreken. Iedere keer weer net een andere route om de spanning erin te houden en nieuwe plekken te ontdekken.
En nieuwe plekken waren er genoeg. Overal in de stad zijn er nieuwe bruggen uit de grond gestampt om de coronawandelaar een groter territorium te bieden. Nieuwe bruggen vormen nieuwe wegen naar nog niet verkende parken. Parken waar bomen zijn geplant, bloemenperkjes zijn aangelegd en vogelhuisjes zijn opgehangen. Allemaal verbonden tot één grote wandeling.
De gemeente heeft duidelijk de smaak te pakken. Er wordt hard gewerkt om alle singelparken met elkaar te verbinden, ze te vergroten en de bewoners de beste outdoor experience te geven in een stenen stad als Leiden. Overal in de stad doemen advertenties op voor groene daken. Subsidie ligt klaar voor degenen die het wagen hun dak te vermossen en te vergrassen, wat de bioloog in mij steeds trotser maakt op mijn stad.
En trots mag ik ook zeker zijn. Mijn kleine studentenstadje is namelijk benoemd tot ‘Biodiversiteitsstad van Europa’! Eén van de tien dan wel. Een stenen proeftuin die we, met steun vanuit Europa, gaan vergroenen, waar we de biodiversiteit gaan vergroten en met mens en natuur bestand gaan maken tegen het klimaat. Een geweldig experiment dus om ons als biologen lekker mee te bemoeien. En de eerste zaadjes zijn al geplant! Ik zit op de eerste rij om die zaadjes te zien groeien. Mijn wandelschoenen gaan voorlopig nog niet de kast in.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe biocolumns? Abonneer je dan op mijn website!
