De boom bepaalt de bosbrand

Bosbrand in de Orroral Valley bij Canberra – Australië
Nick-D (CC BY-SA 4.0; onbewerkt)

Sinds afgelopen september staat Australië in vuur en vlam. De vlammenzeeën woekeren langs de oost-kust en brengen overal verwoesting met zich mee. Inmiddels is er een gebied ter grootte van Griekenland in vlammen opgegaan waarbij naar schatting een miljard dieren gestorven zijn. Afgelopen maand heeft de Australische premier eindelijk kunnen mededelen dat de vuren onder controle zijn met dank aan veel regenval en een dalende temperatuur.

Een vuurtje starten

Een bosbrand heeft ontzettend veel invloed op de natuur, maar de natuur heeft ook zo zijn trucjes om een bosbrand te beïnvloeden. Op de Vrije Universiteit in Amsterdam wordt al enkele jaren onderzoek gedaan naar de brandbaarheid van bomen, en zelfs de brandbaarheid van hele bossen. Het project FLARE, onder leiding van prof. dr. JHC Cornelissen, ontdekte dat een klein vuurtje hele andere gevolgen kan hebben in een bos met veel boomsoorten dan in een bos met vooral één boomsoort; een dominante soort. Dit publiceerden zij afgelopen jaar nog in een artikel over grondbranden.

De meeste bosbranden starten bij het plantaardige afval dat op de bosbodem ligt. Dode bladeren, afgevallen takken en zelfs afgevallen bast vormen op de bosbodem een mooie vuurstarter. In 2017 rangschikte Cornelissen en zijn team bomen op brandbaarheid door dit afval te onderzoeken. Bladvorm, bladgrootte en hout dichtheid bepalen deze rangorde. Grote en kromme bladeren branden namelijk makkelijker doordat ze veel zuurstof vasthouden, en takken met een hoge dichtheid branden beter doordat er meer koolstof aanwezig is. Hierdoor kreeg elke boomsoort zijn eigen geschatte brandbaarheid.

Maar een boom staat nooit alleen in een bos. Waar grote platte bladeren van de zomereik makkelijk ontbranden, vatten de kleine dikke naalden van zijn buurman, de grove den, weer heel moeilijk vlam. Cornelissen ontdekte dat de brandbaarheid van de bosbodem onder de zomereik sterk kan veranderen wanneer hij een grove den als buurman heeft. Zo vullen de naalden van de grove den veel kleine zuurstofplekken op de bosbodem op waardoor brand minder snel ontstaat, maar is er meer brandbaar koolstof aanwezig door de zware takken van de zomereik. Dit soort interacties tussen boomsoorten zijn veel minder te vinden in bossen waar een soort dominant aanwezig is. Cornelissen trok de conclusie dat een bos met veel boomsoorten heel anders op vuur reageert dan een bos waar een soort dominant is. Hier bepaalt de dominant aanwezige boomsoort uiteindelijk of er vuur ontstaat.

De perfecte lucifer

De vuren in Australië woekeren in bossen waar sprake is van zo’n dominante soort: de eucalyptus boom. Volgens dit onderzoek bepaalt deze boom dus de brandbaarheid van het bos. Helaas is een eucalyptus boom de perfecte lucifer. Ze maken jaarlijks nieuwe bast aan en laten hun oude bast afsterven. Deze laten ze in flarden aan hun stam hangen of in lange krullende slierten op de grond vallen. De bomen staan bekend om de grote afvallaag die ze achterlaten, en de grote krullende bastrepen maken deze afvallaag ontzettend luchtig en koolstofrijk. Om er nog een schepje bovenop te doen bevatten deze stukken bast chemische stoffen waardoor schimmels ze niet kunnen afbreken. Hierdoor verdwijnt de afvallaag dus niet. Oh ja, en hun bladeren bevatten allerlei oliën die ook zo lekker brandbaar zijn. Het is haast alsof de bomen wíllen branden!

Bast van Eucalyptus oblonga
Peter Woodard (CC0 1.0)

Nou dat is ook eigenlijk wel zo. De eucalyptus kan zichzelf moeilijk staande houden wanneer de bosgrond te dichtbegroeid raakt met andere planten. Ze zijn niet goed in vechten voor hun plekje en licht dus wanneer er een bosbrand uitbreekt, schakelt deze alle competitie voor de bomen uit. Zelf hebben ze of hun zaden of hun wortels verpakt in een vuurbestendig jasje. Wanneer het vuur het gebied kaal en verlaten achterlaat zijn deze zaden en wortels onder de eerste planten die aanwezig zijn om het veld weer opnieuw te koloniseren. Het herstel van de bossen kan hierdoor al binnen vijf jaar voltooid zijn. Laten we hopen dat we volgende bosbranden lang genoeg kunnen afhouden om het herstel van de dieren ook een kans te geven.

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe biocolumns? Abonneer je dan op mijn website!

Henley, Jon. Firestorm: Surviving the Tasmanian bushfire. Audible Studios, August 19 2014

Zhao, W., van Logtestijn, R. S. P., van Hal, J. R., Dong, M., & Cornelissen, J. H. C. (2019). Non-additive effects of leaf and twig mixtures from different tree species on experimental litter-bed flammability. Plant and Soil, 436(1-2), 311–324. https://doi.org/10.1007/s11104-019-03931-3

Plaats een reactie